Historie van het dorp Slagharen

1842 - Heden, de geschiedenis van het dorp 'Slagharen' in een notedop... 

Op dezelfde boerenslimme wijze doet hij ook (nog steeds) aan landelijk onderzoek naar de naamsbekendheid van het park. “Ben ik bijvoorbeeld in Amsterdam”, zegt Bemboom, “dan stap ik in een taxi, slaak een diepe zucht, en zeg: 'pfff, wat een drukte, ik ben blij dat ik op het platteland woon.' Als de chauffeur vraagt 'waar?', zeg ik 'ach, in een plaatsje in de kop van Overijssel waar u vast nog nooit van gehoord hebt.' Zeg ik vervolgens dat ik uit Slagharen kom, dan luidt de reactie steevast, bijna verontwaardigd: 'van het ponypark toch?!' En dat terwijl veertig jaar geleden nog nooit iemand van deze vlek had gehoord.” (Henk Bemboom, 1996).

 

'Slagharen in het noordelijke deel van Hardenberg is een plaatsje vol goede wil. De bewoners staan bekend om hun arbeidzaamheid en saamhorigheid.'

 

 

 

'Slagharen in het noordelijke deel van Hardenberg is een plaatsje vol goede wil. De bewoners staan bekend om hun arbeidzaamheid en saamhorigheid.' Het was een zwaar bestaan, als landarbeider veengrond afgraven... Het leverde vaak niet veel op... Er heerste armoede. Wie wil begrijpen waarom het ondernemerschap van Henk Bemboom en de komst van zijn 'Shetland Pony Vakantiecentrum Slagharen' zo belangrijk was voor de sociale en economische ontwikkeling van het dan nog onbekende Overijsselse dorp Slagharen en omstreken, zou eigenlijk iets meer moeten weten over het leven in de nederzetting 'Slag Haare' van toen... Het leven van de toenmalige inwoners was weerbarstig en de armoede was groot... 

 

Nederzetting ‘Slag Haare’    

Het dorp Slagharen vormde zich omstreeks het jaar 1842. Men omschrijft Slagharen als niet veel meer dan een nederzetting, met name bestaande uit plaggenhutten. Toentertijd in de volksmond ‘Slag Haare’ genoemd. Naar schatting wonen er dan zo’n 600 inwoners in de omgeving verspreid over de veenvlakten van Slagharen, Lutten, Schuinesloot, De Belte, en Halfweg De Krim. Het waren veelal Duitse migranten die naar Nederland trokken vanuit armoede.

 

Veengebieden

In Overijssel had de Baron van Dedem in 1809 toestemming van Koning Lodewijk Napoleon gekregen, om de veengronden die hij bezat af te graven. Hierdoor was men destijds volop bezig met veenafgravingen en het aanleggen van kanalen. Een probleem was dat er in het eigen gebied nauwelijks arbeiders waren te vinden die zich hiervoor wilde inzetten. Een ander probleem was dat het veen niet zomaar voor het oprapen lag en het turfgraven een tijdrovende en geldverslindende arbeid bleek. Het was hierdoor dat de Baron van Dedem besloot om zijn gronden aan het Rijk te verkopen. Hij kreeg de opdracht om een waterleiding naar de Vecht bij Ane te graven en deze later te verbreedden en uit te diepen.  De Baron van Dedem had de bisschoppen van Osnabrück en Münster destijds laten weten dat er voldoende werk was aan het graven van de ‘De Dedemsvaart’.

 


Duitse migranten

Een groot deel van de voorvaderen van de huidige Slagharenaren, zijn nazaten van - uit de omgeving van Osnabrück en Münster - komende Duitse migranten. Zij hoopten in Slagharen en omgeving hun inkomen te kunnen verdienen. Zij werden gezonden door armbesturen van Duitse kerken die ook niet meer in hun levensonderhoud konden voorzien. Ze stonden bekend als ‘Hollandgänger’ of ‘Heuerlinge’. De Duitse migranten kwamen overwegend naar Nederland om snel geld te verdienen en weer te verdwijnen of om zich hier te vestigen als landbouwer, zodra het veen afgegraven zou zijn en de onderliggende dalgronden zouden zijn vrijgekomen. Zij werden veelal gedreven door armoede en konden vaak niet meer voorzien in hun eigen levensonderhoud.

 

Na de afgravingen en het beschikbaar komen van dalgronden, kon het land zodanig gecultiveerd worden, dat gras- en landbouwgrond beschikbaar kwamen. Desondanks bleef het welvaartspeil van de bevolking zeer laag. Dit kwam mede doordat vanuit Duitsland nog altijd arme arbeiders naar de streek werden gestuurd, waardoor de werkloosheid toenam en de lonen lager werden.

 

Armoede en vermeende wanorde

Ondanks de lange werkdagen, waren de lonen ver beneden het bestaansminimum. Zowel mannen, vrouwen als kinderen werkten om een klein beetje inkomen bijeen te verdienen. Indertijd zouden er volgens de kerken vele misdragingen hebben plaatsgevonden als diefstal, ontucht, verwaarloosde opvoedingen van de kinderen en het verzuim van godsdienstplichtigheid. 

 

Ambt Hardenberg

Het Ambt Hardenberg werd destijds geconfronteerd met hoge kosten voor o.a. onderwijs. Dit tot groot ongenoegen. De Slagharenaren van toen werden in verband gebracht met ‘wanorde en ontucht’, zo verhaalt de geschiedenis. Dit beeld verklaart misschien de altijd wat moeizame band tussen de gemeente Hardenberg en het dorp Slagharen, waardoor Slagharen wat betreft ontwikkeling vooral op initiatieven uit het dorp zelf was aangewezen. Dit zou nog tientallen jaren voortduren en verklaart het langdurig ontbreken van structurele samenwerking in de relatie tussen Slagharen en Hardenberg. Evenzo verklaard het de onderlinge verbondenheid en het op elkaar aangewezen zijn in de dorpen rondom Hardenberg, zoals Slagharen.

 

Crisisjaren, jaren ‘30

Van de crisisjaren rond 1930 merkte Slagharen nauwelijks iets. Dat wil zeggen, dat Slagharen al zodanig met armoede te maken hadden, dat de inwoners nauwelijks verschil bemerkten met hun normale levenswijze.

 

Tweede Wereldoorlog en Slagharen

Op 10 mei 1940 brak de Tweede Wereldoorlog uit. In Slagharen waren er nauwelijks oorlogshandelingen, met uitzondering van een bombardement waarbij een vliegtuigbom een woning beschadigde. De brug werd tweemaal opgeblazen. Op 09 april 1945 werd Slagharen door legereenheden van het Canadese leger bevrijd. Net als voor de oorlog, was er ook na de Tweede Wereldoorlog veel werkloosheid in Slagharen. Een ander probleem was de woningnood in Slagharen.

 

Kort na de Tweede Wereldoorlog was de gemeente Hardenberg vooral gericht op de industrialisatie van de gemeente Hardenberg. Hier ging veel belangstelling naar uit, maar men vergat de werkloosheid in o.a. Slagharen waar veel potentiële arbeiders woonden. Jan Willem Bembom - later opgevolgd door diens oudste zoon, Henk Bemboom - was indertijd reeds actief als koopman. 

 

Tien jaar na de oorlog, in 1955, stonden in de omgeving Slagharen, Schuinesloot en de Krim, circa 515 normale woningen. Bij gebrek aan een eigen woning, moesten tenminste 142 gezinnen samenwonen en woonden veel van deze gezinnen jarenlang in één kamer. En zo begon in aanvang ook het gezin van Henk Bemboom... Ook verhaald de geschiedenis dat 31 kippenhokken door gezinnen werden bewoond en moesten 107 woningen dringend gerenoveerd worden. Ondanks dat de Tweede Wereldoorlog dan tien jaar voorbij was, was het indertijd slecht gesteld met de hygiëne en de woontoestand. 

 

Werkeloosheid en industrialisering

Er waren weinig banen, waardoor velen zich genoodzaakt zagen om werk te zoeken in opkomende industrieën in Almelo, Hengelo, Enschede en Oldenzaal. Er was indertijd dan ook sprake van wegtrekkende bevolking uit Slagharen.

Er was destijds weinig medewerking van het gemeentebestuur van Hardenberg voor plaatselijke initiatieven. Tricotagefabriek ‘De Zwaluw’ uit Eefde bijvoorbeeld, stuitte op onwil van de gemeente Hardenberg. ‘De Zwaluw’ had in Slagharen al een 40-tal meisjes in opleiding (in de ruime magazijnen achter de winkel van de firma Bemboom), maar ging daar toen niet meer mee door toen definitief was gebleken dat de gemeente Hardenberg niet bereid was om een bouwvergunning voor een nieuwe fabriek in Slagharen te verstrekken. Het bedrijf vertrok uit Slagharen en vestigde zich in de provincie Noord-Brabant. Evenzo ging de KLM-kledingfabriek aan Slagharen voorbij.

 

Het is in het licht van deze geschiedenis dat het ondernemerschap en de verrichtingen van de familie Bembom, met het bijzonder Henk Bemboom, zo interessant maakt… Grofweg gezegd, was ‘industrialiserend Hardenberg op zichzelf gericht en Slagharen op zichzelf aangewezen in een tijd van armoede en woningnood’.

 

Industrialisatie en Textiel (1948-1954):  

Slagharen's Eerste fase van economische ontwikkeling 

Henk Bemboom doorzag dat de gemeente Hardenberg zich richtte op de ‘industrialisatie’ en kreeg het voor elkaar om toestemming te verkrijgen voor de bouw van een ‘industriehal’ in Slagharen. Toen Henk Bemboom er in in de jaren ’50 in slaagde om - met weinig steun van de gemeente Hardenberg - ‘De Nederlandse Bontweverij’ (met als eigenaar Gerrit Hukker) naar Slagharen te halen en onderdak te bieden in zijn nieuw gebouwde industriehal, begon een eerste fase van de economische ontwikkeling in Slagharen...

 

Shetland Pony Vakantiecentrum (1963-heden):

Slagharen's tweede fase van economische ontwikkeling

Een tweede fase van een belangrijke economische ontwikkeling, volgde toen Henk Bemboom besloot om een vakantiecentrum te beginnen op een stuk landbouwgrond rond om een boerderij in Slagharen…

 

De beide initiatieven brachten een fors aantal arbeidsplaatsen mee, waaraan indertijd een groot tekort was. De werkeloosheid was indertijd groot. Beide initiatieven brachten (economische) ontwikkelingen in de vorm van arbeidsplaatsen, huisvesting en welzijn met zich mee. Lange tijd hadden de inwoners van Slagharen veel armoede gekend. Dat het dorp Slagharen landelijke en internationale bekendheid kreeg, kwam met name dankzij de komst van het ‘Shetland Pony Vakantiecentrum Slagharen’, in 1963 opgericht door Johannes Hendrikus Bembom, bij leven bekend en geschreven als 'Henk Bemboom'...